Gemeentegrond bij de tuin getrokken... wel of geen eigendom na verjaring?

Landjepik gemeentegrond bijna onmogelijk

A heeft sinds 1992 een aan zijn tuin grenzend strookje gemeentegrond in gebruik. Het strookje grond fungeert als een talud naar een sloot. A heeft in 1992 op dit stukje gemeentegrond een klimop geplant, beschoeiing aangebracht en een klinkerpad aangelegd. Door deze feitelijke handelingen is A van mening dat hij dit stukje gemeentegrond gedurende 20 jaar in bezit heeft en daarmee het strookje gemeentegrond in eigendom heeft verkregen door (bevrijdende) verjaring.

De gemeente is van mening dat de grond nog steeds eigendom van haar is. De beplanting van het strookje gemeentegrond vindt de gemeente geen probleem. Het past binnen de bestemming (openbare groenvoorziening) en spaart onderhoudskosten uit. Voorts heeft de gemeente aangevoerd dat A een rijtje bomen heeft gepland op de erfgrens, welke bomen een visuele afscheiding vormen voor het strookje gemeentegrond. Volgens de gemeente blijkt hieruit dat A haar eigendomsrecht respecteerde. Daarnaast is de strook gemeentegrond door de wandelbrug altijd bereikbaar geweest voor de gemeente.

De kantonrechter ziet het aanleggen van de beschoeiing in 1992 langs de strook gemeentegrond als een bezitsactie. De kantonrechter vergelijkt het aanbrengen van een beschoeiing met het omheinen van een tuin. Volgens de kantonrechter is A daarmee eigenaar geworden van de strook gemeentegrond. De gemeente gaat tegen deze uitspraak in beroep bij het hof.

Gerechtshof โ€˜s-Hertogenbosch

Volgens het hof moet A aantonen dat hij 20 jaar het bezit heeft van de strook gemeentegrond. Bezit is het houden voor zichzelf. Men oefent de feitelijke macht uit over de grond van een ander. Men gedraagt zich als een eigenaar. Door deze feitelijke machtsuitoefening wordt het bezit van de oorspronkelijke bezitter (doorgaans de grondeigenaar) teniet gedaan. Volgens het hof verliest een eigenaar van onroerende zaken niet snel het bezit. Het hof formuleert dat als volgt:

Dat is des te meer het geval nu het in de onderhavige zaak gaat om de veelvuldig voorkomende situatie waarin een strook grond die eigendom is van een gemeente en grenst aan een particulier perceel, in gebruik wordt genomen door de particulier. In veel gevallen zal dat gebruik plaatsvinden zonder een aanwijsbare juridische basis daarvoor, waarna de desbetreffende gemeente dat gebruik vervolgens gedoogt. In dit verband zal een rol spelen dat de bevoegdheid van de eigenaar tot het exclusieve gebruik van zijn eigendom ten aanzien van de hier bedoelde stroken publieke grond minder sterk op de voorgrond treedt dan de exclusieve gebruiksbevoegdheid van een particulier ten aanzien van zijn perceel.

Het particuliere gebruik van de stroken publieke grond zal in de regel dan ook niet op bezwaren van de eigenaar (de gemeente) stuiten, zo lang dat gebruik (bijvoorbeeld) niet afdoet aan de verkeersveiligheid en het ook niet verhindert dat de gemeente toegang heeft tot de strook grond als dat vanuit haar overheidstaak nodig is (zoals in de situatie dat dieper in de grond leidingen van nutsvoorzieningen en dergelijk lopen).

Het particulier gebruik van de hier bedoelde stroken grond kan zelfs leiden tot een situatie die voordelig is, voor zowel de eigenaar van het belendende perceel als voor de gemeente. Dat - bijvoorbeeld - een particulier niet alleen zijn tuin, maar ook de aangrenzende strook van de gemeente onderhoudt en eventueel zelfs met planten verfraait, zal bijdragen aan het genot van de eigen woning met tuin. De gemeente kan het onderhoud en de verfraaiing van de strook positief opvatten, als een particuliere bijdrage aan het openbaar groen in de gemeente, en zal het waarschijnlijk ook op prijs stellen dat zij de strook niet behoeft te onderhouden.

Dat de gemeente niet optreedt tegen particulier gebruik van stroken als hier bedoeld mag daarom niet snel worden uitgelegd als een blijk van desinteresse van de gemeente voor haar eigendommen, ook niet als de gemeente gebruik gedoogt dat een particuliere eigenaar niet van zijn buurman zou dulden.

Als in situaties als deze het gedogen tรฉ snel het risico in zich bergt dat het leidt tot verlies van eigendom aan de zijde van de gemeente, kan dat de uitoefening van overheidstaken waarvoor de toegang tot de strook en/of het gebruik ervan noodzakelijk is, bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Deze consequentie zou voor de gemeente ook aanleiding kunnen zijn om dat gebruik - en vergelijkbaar gebruik in alle andere gevallen - voortaan niet meer te gedogen. Particulier รฉn gemeente missen dan de beperkte, maar niet te verwaarlozen voordelen van het tot dan toe gedoogde gebruik van de strook publieke grond.

Het is mede tegen deze achtergrond dat het hof juist voorkomt dat, waar in het algemeen bij onroerende zaken al niet snel een intentie tot het houden voor zichzelf door een niet-rechthebbende pleegt te worden aangenomen, dit des te meer geldt bij stroken publieke grond als de onderhavige.


Gezien het bovenstaande is het hof van oordeel dat een eigenaar van onroerende zaken niet snel het bezit verliest. Dit geldt des te meer voor stroken publieke grond. Volgens het hof moet in casu het aanleggen van de beschoeiing worden beschouwd als een vorm van onderhoud van de strook gemeentegrond.

Het was voor de gemeente op geen enkele wijze duidelijk dat zij vanwege het aanbrengen van een klimop, het aanleggen van een beschoeiing en het aanleggen van een klinkerpad voor haar eigendomsrecht op de strook grond moest vrezen. Daarmee heeft A niet het bezit verkregen van de strook gemeentegrond, noch de grond in eigendom verkregen doormiddel van (bevrijdende) verjaring. De vordering van A wordt afgewezen.

Voor vragen over dit onderwerp kunt u contact opnemen met de Juridische Dienst. Zie onderstaande link voor de uitspraak:

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2016:4559

bron: NVM

Gratis waardebepaling

Als u de gegevens in het contactformulier invult en bij opmerkingen 'Gratis waardebepaling' vermeldt, zorgen wij voor een gratis waarde-indicatie van uw woning en bellen wij u op korte termijn voor een vrijblijvende afspraak.